Nachtboekbladzijde


​Het is warm achter het raam in de werkkamer, die ook de slaapkamer is. De tuin voor me is sloom van de brandende lentezon. Vanavond staat sproeien op het programma.

Morgenochtend geef ik een online les aan mijn eerstejaars studenten in Rotterdam en in de voorbereiding kom ik een gedicht tegen van de Noorse dichter Tomas Tranströmer. Het heet ‘Nattboksblat’, een prachtig woord: nachtboekbladzijde, als je het letterlijk vertaalt, de Engelse vertaler heeft er ‘A page of the night-book’ van gemaakt. A period of time a few minutes long fifty-eight years wide.

Het doet me denken aan A.F.Th. van der Heijdens leven in de breedte.

Lenka heeft slecht geslapen vannacht: muggen, metro’s, vroege vogels. Ik heerlijk, ik was daar al een paar dagen aan gewend.

We halen koffie bij Thuis aan de Amstel, onderweg op de fiets is het fris, maar als we op een bankje in het Martin Luther Kingpark zitten lijkt het hoogzomer. We vinden een mooi zwart veertje, ik maak een foto van een verroeste Corona Extra-dop (geen idee waarom) en we kijken naar drie werkmannen in oranje jassen die keurig twee meter uit elkaar zitten te schaften.

Allerlei mensen bellen me op omdat ze dingen van me nodig hebben. Een raar idee, want zelf heb ik eigenlijk heel weinig nodig op dit moment. Papier en een potlood of een pen. Ik teken een vogel en schrijf een gedicht. Ik drink een glas water en eet een cracker. Ik kijk naar de zon, met mijn ogen dicht. Een paar minuten lang, ze duren misschien wel achtenvijftig jaar.

Ik sla een bladzijde om, mijn eigen bladzijde. En nog een. Dan sta ik op en loop naar de zijkant van het huis, zet de buitenkraan aan. Het water sputtert met veel lucht uit de slang. De avond is pas net begonnen, het is nog lang geen nacht. Zie me hier dan zitten, Veertien dagen in de Wolkerstuin

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags