• White Facebook Icon
  • White Instagram Icon
  • White LinkedIn Icon

Kwijt

De tulpen zijn uitgebloeid, mijn databundel is op, het beddengoed moet nodig verschoond, de prullenbak bij de werktafel zit vol. Het is de laatste dag van de maand. Het wordt langzaam tijd om naar huis te gaan. Ik krijg een mailtje over mijn vertrek, hoe het met de sleutel moet (in het schuurtje). Ik ruim vast wat spullen op, haal nieuwe gasflessen, schrijf zoals beloofd een tekstje voor de nieuwsbrief van Amstelglorie en een stuk in het rode gastenboek. Ik lees de - vaak tamelijk onleesbare - handschriften van illustere voorgangers. Rob van Essen heeft hier in 2018 een belangrijk deel van ‘De goede zoon’ geschreven. In het gastenboek geeft hij een goede tip om bedelende eenden kwijt te rake

Harold

​ ​Aan het eind van de middag toch nog een beetje zon. En het eerste vliegtuig dat ik in dagen over hoor komen. Mondkapjes uit China waarschijnlijk. Het klinkt indringend, een laag en lang geluid. Hier beneden fladdert een geel met zwart vlindertje om de oregano. Het ruikt naar bloemen, naar bos en naar de boerderij. Het ruikt zoals in mijn jeugd, in een dorp in het oosten van het land, de zachte zon op het natte groen, zo rook het soms in onze achtertuin, zo zou elk wasmiddel moeten ruiken. Maar deze geur bestaat alleen maar in mijn herinnering. Een grote felgroene parkiet scheert schel schetterend over de Wolkerstuin. Onze achterburen vroeger in dat dorp hadden een volière met vogels. Uren

Onderweg

Het regent. Jammer genoeg niet zo hard dat je het op het dak van het huisje hoort tikken. De bomen wuiven elkaar de hele dag al druilerig uit. Da-haag. Waar ga jij heen? Nergens? O, ook leuk. Druppels druipen traag van de zwarte balken van de pergola. De snelweg ruist natter dan anders. Ik heb op mijn telefoon naar die snelweg zitten kijken; ik zie dat het de weg is die vanaf de Utrechtsebrug de stad uit gaat, en hier in de hoek van Amstelglorie kruist met de Ringweg-Zuid. Ik zie de gele krullen in het beige-grijs op mijn scherm, ik zie het maar ik kan me niet voorstellen hoe het is om daar te rijden. Vanaf het park is zelfs te zien dat er een benzinestation staat, een Esso. Ik ben er ongetw

Aandenken

Om zes uur ben ik wakker, zoals op de meeste dagen. In de paadjes tussen de tuinen hangen flarden mist, de lucht is paars, de bomen roerloos, de vogels fluiten in zwartwit. Na een paar uur gewerkt te hebben fiets ik voor wat boodschappen naar de Rijnstraat. Overal lopen mensen in hun oranje kleren, ze kijken om zich heen in de hoop dat er toch nog iets gaat gebeuren, iets spontaans misschien, een boot waar plotseling een feest losbarst, een bandje op een balkon, gewoon iets leuks waar je met goed fatsoen op anderhalve meter bij aan kunt sluiten. Er gebeurt natuurlijk niets. Paul Jan komt even koffie drinken. De tompoucen waren op, dus hij heeft hazelnootgebakjes meegebracht. We hebben elkaar

Sleutel

Grote avonturen worden vaak in gang gezet met een klein mysterie. Er is een heel systeem hier, hetzelfde soort systeem dat ieder huisje en elke stacaravan ter wereld waarschijnlijk heeft. Een systeem dat je eigenlijk niet moet verraden, maar dat iedereen toch wel weet. Achter het huis is een lage aanbouw waarin de gasflessen staan. In die aanbouw ligt, onder een oude lap, de sleutel van het hangslot dat op het schuurtje zit. Het schuurtje staat achter in de hoek bij het water. In dat schuurtje is een pot waarin dan weer alle andere belangrijke sleutels te vinden zijn. Ik pak de sleutel, open het hangslot en sjouw het tuintafeltje en een stoel uit het schuurtje om op het terras aan het werk t

Bijendans

Een grijze dag. Als je omhoog kijkt tenminste. Als je om je heen kijkt is het vooral een groene dag, zoals iedere dag hier. Het is stil op Amstelglorie. De tijd kruipt traag over de grijze tegels voor het huisje. Met de deur open is het koud. Ik schrijf wat aan de kleine tafel in de woonkamer. Na de lunch ruim ik de werktafel op en ga daar zitten. Een ijl zonnetje breekt door. Ik kijk naar de bijen in de tuin. Ze dansen van bloem naar bloem en hun kleine schaduwen dansen om mijn hoofd. Ze dansen voor de oude man op het balkon van de schouwburg. Ze dansen de dans die ze al maanden aan het oefenen zijn. De oude man ziet vanaf zijn donkere zitplaats daar boven de kinderen op het toneel. Hij zi

Bolzehol

Uit een omringende tuin klinkt getimmer. Daar kunnen mijn toetsenbordtikken niet tegenop. Ik zit op het terras te werken. Een pluisje landt op mijn beeldscherm, uit het speakertje op tafel klinkt Radio 4, de finale van Saint-Saëns’ ‘Carnaval der dieren’, daarna applaus. Later die middag maken we een fietstochtje. We komen mooie woorden en zinnen tegen. Waver, Rondehoep, de Stokkelaarsbrug. Bolzehol, staat er op een laag groen deurtje op de Urbanuskerk in Nes. Ik heb nog nooit van een bolzehol gehoord. Ik zoek op wat het betekent, maar ik kan niks vinden. De foto die ik van het deurtje maak, is eerst verdwenen en staat later toch weer op mijn telefoon. Achter de kerk is een klein kerkhof. De

Vrienden

Er zitten zoveel vogels in de tuin, maar je ziet ze nauwelijks. Helemaal niet nu het groen in een paar prachtige dagen uit zijn voegen is gebarst. Tijdens het avondeten komt er een ekster in de hoge boom bij de buren zitten. Ik heb hem daar al vaker gezien deze week. Steeds een takje hoger tippend tot de top. Daar loert hij wat om zich heen en vliegt dan op om te kijken of er verderop iets te halen valt. En anders zit er misschien ergens nog een andere vogel om even de dag mee door te nemen? De stilte valt donkergroen en roerloos over de bomen en de heggetjes en het gras. Twee dames lopen langs. Ze zijn de zoveelste twee dames. “Het Wolkershuisje toch?” “Ja, klopt,” roep ik te

Nachtboekbladzijde

​Het is warm achter het raam in de werkkamer, die ook de slaapkamer is. De tuin voor me is sloom van de brandende lentezon. Vanavond staat sproeien op het programma. Morgenochtend geef ik een online les aan mijn eerstejaars studenten in Rotterdam en in de voorbereiding kom ik een gedicht tegen van de Noorse dichter Tomas Tranströmer. Het heet ‘Nattboksblat’, een prachtig woord: nachtboekbladzijde, als je het letterlijk vertaalt, de Engelse vertaler heeft er ‘A page of the night-book’ van gemaakt. A period of time a few minutes long fifty-eight years wide. Het doet me denken aan A.F.Th. van der Heijdens leven in de breedte. Lenka heeft slecht geslapen vannacht: muggen, metro’s, vroege voge

Manderley

Ik word vroeg wakker van de vogels. Doe het rolgordijn omhoog, staar slaperig naar het slootje in het ochtendlicht en vraag me af of de dingen die je droomt te maken hebben met de plek waar je slaapt. Volgens mij wel. Na het ontbijt ga ik direct aan het werk. Ik schrijf een aantal pagina’s en gooi het allemaal direct weer weg. Jan Wolkers heeft dit huisje in 1972 gekregen en moest het in 1981, toen hij van Amsterdam naar Texel verhuisde, weer van de hand doen. Hij noemde het Manderley, naar het landhuis van hoofdpersoon Maxim de Winter uit het boek Rebecca van Daphne du Maurier. Ik ken dat boek niet. Ergens op internet lees ik de openingszin: “Last night I dreamt I went to Manderley again.”

Space Cowboy

​Als ik met een iets te klein handdoekje om mijn middel uit de douche kom staat de loodgieter midden in de kamer. “Sorry, ik ben een beetje vroeg. Ik kom de kachel repareren.” “Ja, ik zal me aankleden,” zeg ik overbodig. Daarna maak ik koffie voor hem. De loodgieter gaat heel systematisch te werk, een voor een sluit hij de oorzaken van het defect uit en houdt mij daarvan, per oorzaak, op de hoogte. Uiteindelijk kan het alleen nog de interne thermostaat van de kachel zijn, of het ventiel bij de gasfles. Het wordt dat laatste. Als de man weg is kan ik aan het werk. De werktafel (de werktafel van Jan Wolkers!) heb ik volgelegd met stapeltjes en ik heb een overzichtelijke dit-wil-ik-doen-lijst g

Peutelen

We worden wakker in een dun blauw licht. De slaapkamer heeft aan drie kanten ramen, dus als je de rolgordijnen omhoog doet lig je midden in de natuur. De eendjes kwaken in het slootje, verderop dendert de metro langs. Wat is handig om allemaal mee te nemen naar een tuinhuisje, als artist in residence? Schrijf- en tekenspullen natuurlijk, een stapeltje boeken, een redelijk opgeruimd gemoed. Wat niet per se handig is om mee te nemen is een eigenwijs jongetje van vier. “Pahaaap…!” We hebben al een paar keer flinke ruzie gehad. De schapenvacht ligt niet lekker in z’n stoel. Waarom dat ene autootje niet mee is. Hij hoef geen sokken aan, hij heeft het niet koud. Gelukkig is ie de rest van de tijd

Eendenveertje

We wachten op Abe die naar de kachel komt kijken. De kachel doet het namelijk niet. “En het kan nog best fris zijn ’s avonds,” vertelt de overbuurvrouw. De komende veertien dagen logeer ik in de Wolkerstuin. Of óp de Wolkerstuin, moet je hier geloof ik zeggen. De Wolkerstuin is het voormalige tuinhuisje van Jan Wolkers en zijn vrouw Karina, op volkstuinencomplex Amstelglorie in Amsterdam, net over de Utrechtsebrug. Het huisje en de tuin zijn een paar jaar geleden geweldig mooi opgeknapt en elk jaar komen er verschillende gastschrijvers een aantal weken wonen en werken. Ik ben de eerste van 2020. Er zou nog iemand voor me zijn, maar dat ging door de coronacrisis niet door. Eerder vanmiddag be

Zie me hier dan zitten

In de tweede helft van april 2020 woon en werk ik op de Wolkerstuin, het oude tuinhuisje van Jan Wolkers. Hier lees je mijn dagelijkse beslommeringen.

Toen we daar zo zaten

Van de zomer van 2018 tot september 2019 maakte ik met kunstenaar David de Winter elke week de rubriek Toen we daar zo zaten voor Het Parool, waarin we de stad portretteren vanaf bekende en minder bekende Amsterdamse terrassen. Alle afleveringen kun je hier terug lezen.

Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg
  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon
  • Black LinkedIn Icon
HetParool_Masthead_Final_1818.jpg